De Schakel
Jeugd
Van onze verhalenverteller: De Kersttocht in Berkel

Ria, boer Jan en ezel Gerrit doen mee aan de kersttocht. Ria als Maria, boer Jan als Jozef en Gerrit als ezel. ‘Ia, ia,’ balkte Gerrit toen Ria vroeg of hij mee wilde doen. Ze willen met zijn drieën de…

Ria, boer Jan en ezel Gerrit doen mee aan de kersttocht. Ria als Maria, boer Jan als Jozef en Gerrit als ezel.

‘Ia, ia,’ balkte Gerrit toen Ria vroeg of hij mee wilde doen.

Ze willen met zijn drieën de tocht lopen.

Ria heeft geoefend om in amazonezit op Gerrit te zitten. Tijdens het oefenen is Ria een paar keer van zijn rug afgegleden, maar nu kan ze het goed.

Gerrit, Jozef en Maria gaan op weg naar de Kersttocht.

Een uur later vertrekt de rest van de Beestenboel in de huifkar. Er wordt volop gezongen: ‘♫De herdertjes lagen bij nachten,’ en ‘Wij komen tezamen♫.’

Als ze in Berkel zijn aangekomen, gaan ze meteen op zoek naar Maria, Jozef en ezel Gerrit. Maar ze waren nergens te vinden!

Knorretje vraagt aan een engel: ‘Hebt u Jozef en Maria gezien?’

De engel zegt: ‘Vrede zij met u, Jozef en Maria kunt u vinden in het eerste stalletje aan de rechterkant.’

Knorretje knort: ‘Kom Beestenboel, ze zijn hier in de stal rechts.’

Alle dieren gaan naar de stal aan de rechterkant. Als ze daar aankomen zien ze Jozef en Maria, een os en ezel en… een kindje Jezus. Maar dat zijn niet boer Jan en Ria, en zeker niet ezel Gerrit!

Knorretje knort: ‘Jozef, mag ik wat vragen?’

Jozef doet een stap naar voren: ‘Dat mag, maar dan wil ik eerst een liedje horen.’

Knorretje begint gelijk met: ‘♫Luid klokje klingelingeling ♫,’ iedereen zingt mee.

Als ze uitgezongen zijn knort Knorretje: ‘Wij zijn op zoek naar onze Jozef en Maria en ezel Gerrit, heeft u die gezien?’

Maria zegt: ‘Onderweg hebben we bij de boerderij van boer Piet een ezel aan de kant zien staan. Misschien zijn jullie Jozef en Maria daar naar binnen gegaan?’

Knorretje knort: ‘Kom we gaan naar boer Piet.’

Alle dieren stappen in de huifkar en rijden naar boer Piet. Daar staat Gerrit met een hele kudde schapen om zich heen.

‘Gerrit, wat is hier aan de hand?’ knort Knorretje.

‘Ia, ia, dat zal ik je vertellen,’ balkt Gerrit, ‘onderweg naar Berkel kwamen we herder Peter tegen met deze kudde schapen. Hij had een drachtig schaap en die moest onverwachts gaan lammeren. Toen hij hoorde dat Ria dierenarts was zei de herder De hemel zij geprezen. Ria is met het schaap samen met boer Jan en herder Peter de stal in gegaan. Daar zijn ze nu nog steeds, ia.’

Knorretje loopt naar de stal. Als hij de deur opent ziet hij niet één, niet twee, maar vijf lammetjes! En een lawaai dat ze maken: ‘bè, bè, bè.’

‘Dag Knorretje, je ziet het, kerstmis is het feest van de geboorte. We zijn niet verder gekomen dan boer Piet,’ zegt Ria lachend.

Dan horen ze buiten: ‘♫…ze hadden de schaapjes geteld, daar hoorden ze engelen zingen…♫’

‘Ook dit is kerstfeest,’ knort Knorretje.

‘Kom,’ zegt Ria, ‘we gaan naar de Kersttocht en vertellen daar over de geboorte van vijf lammetjes.’ En zo gebeurt het.

Iedereen van de Beestenboel wenst jullie een vrolijk Kerstfeest toe.

Verhalenverteller: Wim Verbunt
Illustrator: Marjolein Stok

About the author

Related Posts