De Schakel
Jeugd
Snuffelstage bij de kinderboerderij

Nu de kinderboerderij weer open is, heeft iedereen het erg druk. Soms denkt boer Jan: Die rust van corona was soms ook wel fijn! Maar dan schudt hij zijn hoofd en gaat fluitend aan het werk. Knorretje maakt met Kukie een…

Nu de kinderboerderij weer open is, heeft iedereen het erg druk. Soms denkt boer Jan: Die rust van corona was soms ook wel fijn! Maar dan schudt hij zijn hoofd en gaat fluitend aan het werk.

Knorretje maakt met Kukie een ommetje. Zo houden ze alles goed in de gaten. Kukie kraait trots over zijn gezin: “Mijn kinderen zijn uitgegroeid tot 6 mooie hennetjes en één haantje. De hennetjes hebben al veren en binnenkort gaan ze eieren leggen. En mijn zoontje Kukel krijgt al een mooie kam en kan al hard kraaien. Zo gauw de zon zich laat zien, kraaien we iedereen wakker: Kukeleku, goede morgen, wakker worden!”

Knorretje knort: “Dat mag wel wat minder. Ik schrik er elke morgen wakker van.”

Knorretje zet Kukie af bij de dierenpraktijk. Kukie heeft een afspraak bij dokter Ria. Hij voelt zich de laatste dagen erg moe.

Vandaag komen er twee leerlingen van het Ruiven stagelopen. Het is een snuffelstage, zij willen weten hoe het is om met dieren te werken. Ze hebben een afspraak met boer Jan.

Het is precies negen uur. Knorretje ziet een meisje bij de poort. “Hallo kan ik je ergens meehelpen?” knort Knorretje.

“Ik heet Hanneke, ik heb een afspraak met boer Jan.”

“Dag Hanneke, ik heet Knorretje, loop maar met mij mee.”

Knorretje brengt Hanneke naar boer Jan en gaat dan terug naar de poort.

Kwart over negen komt er een jongen het erf op. Knorretje loopt naar hem toe: “Goedemorgen, kan ik je ergens meehelpen?”

“Ik heb een afspraak met boer Jan,” zegt de jongen.

“Ik heet Knorretje en hoe heet jij?”

“Corné.”

“Zo Corné, loop maar met me mee.”

Corné en Hanneke krijgen eerst een rondleiding op de boerderij. Hanneke vindt alles leuk. Ze knuffelt de dieren, Gerrit begint van plezier te balken: “Ia, ia.”

Corné sjokt met zijn handen in zijn zakken achter hen aan. Knorretje kan het niet laten om daar iets van te knorren: “Zo Corné, ga je verhuizen?”

“Nee, hoe kom je daarbij?”

“Nou, je hebt je handen al ingepakt.”

Corné lacht en haalt zijn handen uit zijn zakken.

“Wil je boer worden?” knort Knorretje.

“Dat weet ik niet. Wij hebben thuis kippen en daar zorg ik voor.”

“En hebben jullie ook een haan?”

Corné haalt zijn schouders op.

“Als je een haan hebt, heb je namelijk geen wekker nodig. Dan hoor je elke morgen: ‘Kukeleku’.”

Corné draait zich om en loopt weg. Knorretje loopt hem achterna.

“Wat is er Corné?”

“Ik vond vanmorgen onze haan Henkie dood in de kippenren.”

“Oei, daar schrik ik van, was je daarom vanmorgen te laat?”

Corné knikt.

“Was hij ziek?”

“Ik denk het. Hij had geen energie meer en kon zelfs niet meer kraaien.”

“Geen energie dat is niet goed voor een haan!” Hij moet gelijk aan Kukie denken. “Dokter Ria houdt nu spreekuur. Vind je het leuk om daar een kijkje te nemen?”

“Ja, graag.” Hij loopt met Knorretje naar de praktijk.

Ria vindt het een prima idee, toevallig is Kukie aan de beurt.

Knorretje gaat terug naar boer Jan en Hanneke.

Hanneke is aan het vertellen dat zij vaak paardrijdt.

Ze mag Witlokje zadelen en een rondje rijden. Boer Jan fietst achter Hanneke en Witlokje aan. Stel dat er iets gebeurt!

Als ze terug zijn vraagt Hanneke: “Mag ik ook op Gerrit rijden?”

“Ja hoor, maar denk erom een ezel rijdt heel anders dan een paard. Ezels draven en galopperen niet. Probeer hem tijdens het rijden maar eens aan te sporen, dat zal je niet lukken!”

Samen tuigen ze Gerrit op. Hij krijgt geen zadel op zijn rug, maar een deken. Weer rijdt boer Jan met zijn fiets ernaast.

“Hij loopt wel langzaam,” zegt Hanneke.

Ze probeert met haar voeten Gerrit aan te sporen om harder te gaan lopen. Gerrit stopt en verzet geen stap meer. Hij draait zijn hoofd om en balkt: “Jongedame, als jij harder wil gaan dan stap je maar af en ga zelf hardlopen, ia, ia.”

“Oh, neemt u mij niet kwalijk, ik wilde u niet boos maken.”

“Wij ezels lopen langzaam maar we lopen wel door. We komen er wel, al is het morgenvroeg, ia, ia.” Gerrit loopt weer verder. “Wij zijn belangrijke trek- en draagdieren. Een van mijn voorvaderen droeg Maria in bittere kou naar een stal. Meer dan dertig jaar later droeg een andere voorvader haar zoon door de drukke straten van Jeruzalem.”

Hanneke is er stil van geworden. “Als we straks weer op de boerderij zijn zal ik jou eens lekker borstelen,” zegt ze.

Dat vindt Gerrit fijn en het lijkt wel of hij iets sneller gaat lopen.

Terug op de boerderij ziet Hanneke Corné met Kukie. “Wat ga jij doen?”

“Ik ga Kukie suikerwater geven, hij is ziek.”

“Wat heeft hij dan?”

“De blauwe kam ziekte. Hij heeft te veel kippenvoer gegeten en daar zitten eiwitten in. Dat kan gevaarlijk zijn. Het zou best kunnen dat onze haan Henkie dat ook had.”

Kukie wordt mee naar binnen genomen naar een warm plekje. Corné lost suiker op in water en geeft dit aan Kukie. Ook krijgt hij gemalen voer. Kukie knapt daarvan op. Hij gaat er eens goed voor staan en kraait dan: “Kukeleku, ik ben weer terug, Corné bedankt kukeleku.”

Corné heeft er goede zin van gekregen. Het is vier uur, tijd om naar huis te gaan. Ze krijgen bij boer Jan en Ria nog iets te drinken. Boer Jan vraagt: “Heeft de snuffelstage jullie nog iets opgeleverd?”

“Jazeker zegt Hanneke, ik wil graag op een manege gaan werken.”

“Dat zou dan een Mbo-opleiding Paardensport en -houderij kunnen worden. Rijd jij al paard bij een manege?” vraagt boer Jan.

Hanneke knikt, “Ik ben lid van De Cavalieren in de Kraan.”

“Mooi! En Corné, heb jij er iets van opgestoken?”

“Ik denk dat ik dierenarts word.”

Dokter Ria lacht en zegt: “Volgens mij past dat precies bij jou. Ik zou nog wel wat hulp kunnen gebruiken. Als je wil mag je me op de zaterdagen komen helpen in de praktijk.”

Corné krijgt een big smile op zijn gezicht. Dat is een heel verschil met het gezicht van vanmorgen.

Voordat Corné en Hanneke naar huis gaan, lopen ze nog even naar Kukie. Hij heeft weer genoeg praatjes en wil alweer een ommetje maken op de rug van Knorretje.

Maar dat mag van Knorretje niet, hij moet eerst goed aansterken.

“Nou dan ga ik maar eens terug naar Okkie en mijn kindjes.”

“Als je maar van hun voer afblijft!” zegt Corné.

“Dat maak ik zelf wel uit,” kraait Kukie.

“Als je dat doet ga je dood” zegt Corné met tranen in zijn ogen, “en dát wil ik niet!”

“Nou Kukie, dan hoor je het eens van een ander,” knort Knorretje.

“Corne ga je met mij nog even langs Gerrit en Witlokje,” vraagt Hanneke.

Gerrit en Witlokje zien er stralend uit. Hanneke heeft hun vacht goed geborsteld.

Ze nemen afscheid van de dieren, boer jan en dokter Ria en beloven dat ze nog eens langskomen.

 

Illustrator: Marjolein Stok

Verhalenverteller: Wim Verbunt

 

About the author

Related Posts

Bezorging

Familie de Brouwer
Telefoon: 013 - 540 07 41

Vragen/opmerking?
Neem contact met ons op