De Schakel
Jeugd
Knorretje heeft een leuk plan voor de carnavalsoptocht

Knorretje loopt met Kukie op zijn rug over het erf van de Beestenboel. “Wat zijn de plannen voor carnaval?” kraait Kukie. Knorretje schudt met zijn kop: ‘Ik weet het niet.’ ‘Wat zou je zelf willen?’ kraait Kukie. ‘Ik zou heel…

Knorretje loopt met Kukie op zijn rug over het erf van de Beestenboel.

“Wat zijn de plannen voor carnaval?” kraait Kukie.

Knorretje schudt met zijn kop: ‘Ik weet het niet.’

‘Wat zou je zelf willen?’ kraait Kukie.

‘Ik zou heel graag aan de optocht van de Knollevreters mee willen doen, maar dat kan niet,’ knort Knorretje.

‘Kukeleku, waarom niet?’

‘Dieren mogen niet meedoen,’ zucht Knorretje.

‘Wat! Laat jij je door regeltjes tegenhouden, kukeleku?’

‘Ja eh nee, maar wat heeft het voor zin? Als ze ons daar zien worden we uit de optocht gehaald.’

‘Dan moet je een plan hebben. Het motto van de Knollevreters is dit jaar toch: Tèèd vûr wè nuuws. Waarom vraag je niet aan het bestuur van de Knollevreters of het tijd is voor wat nieuws: bijvoorbeeld een optocht met dieren?’

‘Ja,’ knort Knorretje, ‘dat is een goed idee, wie niet waagt wie niet wint. Ik zal aan boer Jan vragen of hij een brief stuurt naar de optochtcommissie.’

Twee dagen later komt boer Jan met een sip gezicht vertellen dat de optochtcommissie dieren in de optocht niet toelaat.

Kukie kraait: ‘Kukeleku, wat belachelijk, wij zijn toch ook inwoners van het Knollevretersgat en hier worden meer knollen gegeten dan in heel Berkel-Enschot.’

Knorretje schudt met zijn kop: ‘We hebben nu een antwoord gehad. Dat wordt dan weer carnaval in de stal.’

‘Geef je het nu al op!’ kraait Kukie.

‘Gerrit balkt: ‘We laten ons niet kennen ia, ia.’

‘Hoe wil je dat dan doen?’ knort Knorretje.

‘Ik zei toch dat we een plan moeten hebben,’ kukelt Kukie.

‘Een plan? Wat voor plan?’ reageert Knorretje.

‘Knorretje, jij bent het slimste varken van Brabant, jij verzint gewoon een plan,’ hinnikt Witlokje.

Alle dieren roepen: ‘Ja, ja, ja, Knor-re-tje, Knor-re-tje, Knor-re-tje!’

‘Oké, ik zal er een nachtje over slapen,’ bromt Knorretje.

Hij sjokt naar de stal en mompelt: ‘Ik zal er een nachtje over slapen. Ik zou niet weten wat ik moet verzinnen.’

Kukie trippelt achter hem aan: ‘Knorretje, jij verzint wel iets, dat weet ik zeker.’

‘Jij hebt makkelijk kraaien,’ knort hij.

‘Denk aan het paard van Troje,’ kraait Kukie. De Grieken maakten een houten paard dat ze vol stopten met soldaten en reden zo het paard op wielen de vesting binnen. Niemand had iets in de gaten en zo konden de Grieken Troje veroveren.’

‘Ik zal erover nadenken,’ zucht Knorretje.

Het wordt donker en Knorretje gaat slapen. Hij hoopt dat hij morgen wakker wordt met een idee.

De volgende morgen knort Knorretje luid: ‘Ik weet hoe we mee kunnen doen aan de optocht!’

Alle dieren en ook boer Jan en Ria komen luisteren naar het idee van Knorretje.

Knorretje knort: ‘Ik heb een plan! Maar dat moet geheim blijven en mag niet worden doorverteld. Dus sssst mondje dicht!’

Knorretje vertelt zijn plan. Alle dieren vinden het een super plan.

Helaas mag ik er als verhalenverteller niets over schrijven. Wat het plan is kun je lezen in de Schakel ná carnaval, dus let maar goed op tijdens de optocht.

Dan kom je er misschien zelf achter…. ->

KLIK HIER EN LEES VERDER HOE HET AFLOOPT

About the author

Related Posts