De Schakel
Jeugd
De kleintjes worden groot

De ooievaarskuikens zijn groot geworden en hebben nu een naam. De oudste heet Oldie, de tweede Secunda en de derde Lucky. Een tijdje terug was Lucky uit het nest gevallen of gegooid. Zij is een paar dagen door Marietje verzorgd.…

De ooievaarskuikens zijn groot geworden en hebben nu een naam. De oudste heet Oldie, de tweede Secunda en de derde Lucky. Een tijdje terug was Lucky uit het nest gevallen of gegooid. Zij is een paar dagen door Marietje verzorgd. Boer Jan heeft haar in het donker terug in het nest gezet. Gelukkig hebben haar ouders Klapper en Ybert hier niets van gemerkt. De meisjes zijn alle drie flink gegroeid en vandaag krijgen ze vliegles. Marietje komt speciaal kijken hoe ze het doen. Lucky fladdert net uit het nest.

“Kom op Lucky,” roept Marietje, “je kunt het, zet ‘m op!”

Lucky zet het fladderen om in een paar flinke vleugelslagen en landt op het dak van de boerderij. Marietje klapt in haar handen. “Goed gedaan meisje. En nu terug naar papa en mama.” Ze maakt een duikvlucht, gaat dan de hoogte in en landt veilig op het nest. Klapper klapt met zijn snavel. “Ik ben trots op jou.”

Lucky is nog aan het uithijgen, maar ze klappert ook vol trots met haar snavel.

Marietje gaat ook even kijken hoe het met de kittens gaat.

Lepie, de jongste, is erg ondernemend. Hij gaat op onderzoek uit. Zijn zusjes blijven liever bij Titi. Als Lepie bij de varkensstal is aangekomen springt hij op de drinkbak. Hij buigt zich voorover om met zijn tongetje wat water te drinken. Dan ziet hij een kikker in de drinkbak zwemmen.

“Kwaak, kwaak, ik kan er niet uit, wil je me helpen?”

“Zeg kwaker, zal ik je een pootje geven?”

Hij steek zijn poot uit, maar valt dan zelf met een

plons in de drinkbak. “Miauw, ik hou helemaal

niet van water!” De kikker springt eerst op

zijn kop en dan op de rand van de bak.

Maar nu kan Lepie er niet uit. “Help, ik kan

niet zwemmen!”

De kikker springt weg en kwaakt:

“Hey Knorretje, er ligt een poes in jullie

drinkbak!”

“Nou, dan ga ik die helpen, knor, knor.”

Hij springt in de bak. Lepie kruipt

bibberend op zijn rug. Knorretje gaat met

de druipende Lepie naar Titi.

Als hij langs de kippenren loopt, hoort hij: “Kukeleku,

wie zit er op mijn plek op de rug van Knorretje? Ga daar eens af!” kraait Kukie.

Hij fladdert omhoog en probeert Lepie eraf te duwen. Lepie kruipt zo dicht tegen Knorretje aan dat Kukie er overheen vliegt en midden in de drinkbak van de varkens plonst.

“Kukeleku! Ik hou niet van water.”

Tokkie komt op het lawaai af. “Zo, ik kan op de hennetjes passen en meneer ligt hier lekker te zwemmen. Ik haal de hennetjes, dan kun jij ze in bad doen.”

Knorretje kijkt over de rand van de bak. “Maatje ik kan je niet helpen, ik breng Lepie naar Titi, knor, knor.”

“Miauw, ja leuk varkentje rijden.” Lepie wordt bij zijn mama afgezet.

“Ik heb een kikker gered en lekker gezwommen!” mauwt hij trots.

“Poezen houden niet zo van zwemmen,” mauwt Titi.

“Ik kom je morgen weer halen voor de volgende zwemles,” knort Knorretje.

“Nee, dat is niet nodig ik kan het al.”

Knorretje loopt lachend terug naar Kukie die zijn kinderen een bad geeft.

Het is een gezellige boel bij de Beestenboel.

 

Tekst: Wim Verbunt

Illustratie: Marjolein Stok

 

About the author

Related Posts

Bezorging

Patric de Brouwer
[email protected]

Vragen/opmerking?
Neem contact met ons op